Ons vatenstelsel

Je kunt ons lichaam in twee vatenstelsels verdelen. Deze vatenstelsel lopen parallel aan elkaar:
  1. Het bloedvatenstelsel: Dit stelsel bestaat uit bloedvaten (venen en arteriën) en heeft als belangrijkste functie het vervoeren van zuurstofrijk bloed naar onze weefsels, organen, en cellen. En het afvoeren van zuurstofarm bloed naar ons hart. Kort gezegd voorziet dit stelsel onze weefsels, cellen en organen van zuurstof en voedingsstoffen.
  2. Het lymfevatenstelsel: Dit stelsel bestaat uit lymfevaten en lymfeklieren (lymph nodes). In tegenstelling tot het bloedvatenstelsel heeft het lymfevatenstelsel alleen een afvoerende functie. Het voert lymfevocht af vanuit de weefsels, via de lymfevaten, naar de lymfeknopen. Kort gezegd beschermt ons lymfevatenstelsel ons lichaam tegen ziektes en indringers van buitenaf.
Lymfatische bloedsomloop
Lymfatische bloedsomloop

Het lymfestelsel

Wanneer de lymfevaten het vocht en afvalstoffen uit de weefsels hebben opgenomen, vervoeren zij dit lymfevocht richting de dichtstbijzijnde lymfeklieren (lymph nodes). Deze lymfeklieren bevinden zich in grote aantallen in de lies, oksels, hals, knieholten, longen, darmen, buikholte en langs de luchtpijp. De lymfeklieren bevatten vooral witte bloedcellen. Deze bloedcellen spelen een belangrijke functie in ons immuunsysteem. Hierdoor kunnen de lymfeklieren er namelijk bacteriën en virussen uit het lymfevocht onschadelijk maken. Eigenlijk dienen de lymfeklieren dus als een soort filtersysteem van het lymfevocht. Wat overblijft is gefilterd, schoon, lymfevocht, wat vervolgens terug de bloedbaan in zal gaan. De uitgefilterde afvalstoffen zullen op hun beurt weer worden afgevoerd via onze urine en ontlasting.

Kenmerken type oedeem tabel

Wat is lymfoedeem?

Nu we een beetje weten hoe het stelsel is opgebouwd en werkt, is het interessant om te kijken wat er gebeurt als het lymfevatenstelsel deze taken niet meer kan vervullen. Als ons lymfevatenstelsel namelijk niet meer naar behoren functioneert, kan dit leiden tot lymfoedeem. Dit is een vochtophoping in de weefsels, ten gevolge van een verstoring in de aan- en afvoer van lymfevocht. Deze verstoring kan grofweg twee oorzaken hebben:

  1. Aangeboren afwijking: Dit noem je primair lymfoedeem. Bij primair lymfoedeem zijn de vaten vanaf de geboorte afwijkend. Zo kunnen er te weinig lymfevaten zijn, of de lymfevaten zijn te smal of juist te breed.
  2. Verworven afwijking: Dit noem je secundair lymfoedeem. Bij dit secundair lymfoedeem ontstaat het lymfoedeem pas later in het leven. Bijvoorbeeld door een ongeval, waardoor spieren rondom de lymfevaten niet meer goed gebruikt kunnen worden en zo de lymfeafvoer niet genoeg gestimuleerd wordt. Maar ook mensen met overgewicht, een hoge bloeddruk, wondroos, spataderen of een vergrote vaatdoorlaatbaarheid lopen een groter risico op het ontwikkelen van secundair lymfoedeem. Een ander, zeer voorkomende oorzaak, is een disbalans in de aan – en afvoer van lymfevocht na het bestralen of zelfs verwijderen van de lymfeklieren.
Wat is lymfoedeem

Hoe ontstaat lymfoedeem?

Zoals hierboven beschreven zijn er grofweg twee varianten van lymfoedeem, namelijk aangeboren (primair) – en verworden (secundair) lymfoedeem. Bij beide varianten is er sprake van een afwijking in het lymfevatenstelsel, wat vervolgens zorgt voor een disbalans in de aan – en afvoer van lymfevocht. Maar hoe lijdt deze disbalans tot oedeemvorming? Dit is een ingewikkeld verhaal, wat tot diep in onze cellen gaat. Hieronder leggen we het graag aan de hand van een tekening uit! 

  1. Aanvoer zuurstofrijk bloed: De slagaders (arteriën) voeren zuurstofrijk bloed (rode pijl) met voedingsstoffen richting je weefsels.
  2. Vocht uit de vaten persen: In de aanvoerende slagaderen met zuurstofrijk bloed zit een hogere bloeddruk dan in de afvoerende vaten met zuurstofarm bloed (blauwe pijl). Deze hogere bloeddruk (hydrostatische druk) perst het vocht uit de bloedvaten. Op deze manier komt het vocht bij het weefsel terecht.
  3. Voedingsstoffen in de weefsels: Het vocht is nu uit de aanvoerende slagaders geperst naar het weefsel.
  4. Vocht uit het weefsel zuigen: Het vocht moet uiteindelijk ook weer worden afgevoerd. Dit keer is het niet de hydrostatische druk, maar de osmotische druk, die hiervoor zorgt. De bloeddruk in de afvoerende aderen is veel minder hoog dan in de aanvoerende slagaderen. Hierdoor niet de hydrostatische druk, maar de osmotische druk. Deze druk veroorzaken eiwitten in de aderen. Deze eiwitten zijn te groot om uit de slagaders te treden, richting de weefsels. Vocht stroomt altijd van een lage osmotische druk naar een hoge osmotische druk. De vaten (hoge osmotische druk) zuigen het vocht dus als het waren uit de weefsels (lage osmotische druk).

5. Afvoer zuurstofarm bloed: Van het vocht dat zich in de weefsels bevindt, voeren de bloedvaten (blauwe pijl) een groot deel af.

6. Afvoer vocht via lymfevaten: De lymfevaten nemen het overgebleven vocht op en voeren dit af richting de lymfeklieren.

oorzaak lymfoedeem
  1. Aanvoer zuurstofrijk bloed:
    De arteriën voeren zuurstofrijk bloed (rode pijl) met voedingsstoffen richting je weefsels.
  2. Vocht uit de vaten persen:
    In de aanvoerende arteriën met zuurstofrijk bloed zit een hogere bloeddruk dan in de afvoerende vaten met zuurstofarm bloed (blauwe pijl). Deze hogere bloeddruk (hydrostatische druk) zorgt ervoor dat het vocht uit de bloedvaten wordt geperst en bij het weefsel terecht komt.
  3. Voedingstoffen in de weefsels:
    Het vocht is nu uit de aanvoerende vaten geperst in het weefsel.
  4. Afvoer zuurstofarm bloed:
    Het vocht moet uiteindelijk ook weer worden afgevoerd. Dit keer is het niet de hydrostatische druk, maar de osmotische druk, die hiervoor zorgt. Omdat de bloeddruk in de afvoerende vaten veel minder hoog is, overheerst de osmotische druk. Deze druk wordt veroorzaakt door eiwitten uit de bloedvaten. Deze zijn te groot om uit de bloedvaten te treden, richting de weefsels. Vocht stroomt altijd van een lage osmotische druk naar een hoge osmotische druk. De vaten (hoge osmotische druk) zuigen het vocht dus als het waren uit de weefsels (lage osmotische druk).
  5. Afvoer zuurstofarm bloed:
    Van het vocht dat zich in de weefsels bevindt, zal een groot deel worden afgevoerd via de zuurstofarme bloedvaten (blauwe pijl).
  6. Afvoer vocht via lymfevaten:
    Het overgebleven deel wordt opgenomen door de lymfevaten en afgevoerd richting de lymfeklieren.
oorzaak lymfoedeem

Maar wanneer leidt deze aan- en afvoer van vocht tot een vochtophoping, oftewel lymfoedeem? Eigenlijk zijn hier vier redenen voor:

lymfoedeem vochtophoping

1. Er is een te hoge bloeddruk in de afvoerende vaten:
Hierdoor overheerst de osmotische druk niet meer zoals het zou moeten zijn. Het vocht wat eerst van een lage naar een hoge osmotische druk stroomt, doet dit nu niet meer goed, waardoor vocht in het weefsel achterblijft.

2. Er zijn minder eiwitten in de bloedvaten:
Hierdoor wordt de osmotische druk in de bloedvaten lager. Het vocht wat eerst van een lage naar een hoge osmotische druk stroomt, doet dit nu niet meer goed, waardoor vocht in het weefsel achterblijft.

3. Een verhoogde doorlaatbaarheid van de bloedvaten:
Hierdoor kunnen eiwitten ook de bloedvaten uit. De osmotische druk in de bloedvaten wordt nu lager en in de weefsels groter, waardoor het bloed niet terug de bloedvaten in stroomt.

4. Een verstoorde lymfeafvoer:
De afvoer van lymfevocht kan verstoord zijn door een trauma aan de vaten/ lymfeklieren of een aangeboren afwijking. Hierdoor blijft er te veel vocht achter in de weefsels en ontstaat er op deze plekken een zwelling (lymfoedeem).

lymfoedeem vochtophoping

Heb ik lymfoedeem?

Er zijn allerlei soorten oedeem, maar hoe weet je nou of je daadwerkelijk lymfoedeem hebt? Het kan tenslotte ook veneus oedeem zijn. Bij deze vorm van oedeem ligt de oorzaak niet bij het lymfevatenstelsel, maar het bloedvatenstelsel. Er zijn een aantal belangrijke verschillen, waardoor je beide soorten van elkaar kunt onderscheiden.

Bloedvatenstelsel en lymfevatenstelsel tabel

Andere lichamelijke symptomen waar lymfoedeem patiënten vaak last van hebben, zijn:

  • Gezwollen benen, enkels of armen
  • Tintelende benen of benen
  • Vermoeide benen en armen
  • Zware benen en armen
  • Slecht genezende wondjes
  • Knobbeltjes in de huid
Lymfoedeem diagnose

Hoe wordt lymfoedeem gediagnosticeerd?

Meestal kan een arts aan de hand van lichamelijk onderzoek vaststellen of uw symptomen overeenkomen met indicatie lymfoedeem. Echter is dit niet altijd het geval. Wanneer dit niet zo is, kan de arts een lymfescintigrafie te maken. Hiermee wordt het lymfestelsel zichtbaar middels foto’s. De arts spuit een radioactief stofje in de lymfevaten. Dit stofje voeren de lymfevaten vervolgens af. Een gammacamera vangt de straling van dit radioactieve stofje op en zet het om in foto’s. Hierdoor wordt de stroming van het lymfevocht, en zo ook het stelsel zichtbaar.

Wanneer blijkt dat er sprake is van lymfoedeem is het belangrijk om te achterhalen waardoor dit lymfoedeem is ontstaan. Soms is hier aanvullend onderzoek voor nodig, bijvoorbeeld doormiddel van duplexonderzoek. De arts kijkt en luistert naar het bloedvatenstelsel om te zien niet goed werkende aderen het lymfoedeem veroorzaken. Dit wordt gedaan door middel van geluidsgolven (hoorbaar maken) en echografie (zichtbaar maken).

Hoe wordt lymfoedeem gediagnosticeerd?

Meestal kan een arts aan de hand van lichamelijk onderzoek vaststellen of uw symptomen overeenkomen met indicatie lymfoedeem. Echter is dit niet altijd het geval. Wanneer dit niet zo is, kan ervoor gekozen worden om een lymfescintigrafie te maken. Dit is een onderzoek, waarbij het lymfestelsel in kaart wordt gebracht middels foto’s. Hierbij wordt een radioactief stofje in de lymfevaten gespoten dat door de lymfevaten wordt afgevoerd. Met een gammacamera kan deze straling worden opgevangen en omgezet worden in foto’s, waardoor de stroming van het lymfevocht, en zo ook het stelsel, in beeld kan worden gebracht.

Wanneer blijkt dat er sprake is van lymfoedeem is het belangrijk om te achterhalen waardoor dit lymfoedeem is ontstaan. Soms is hier aanvullend onderzoek voor nodig, bijvoorbeeld doormiddel van duplexonderzoek. Hierbij wordt gekeken en geluisterd naar het bloedvatenstelsel, om te zien of het lymfoedeem wordt veroorzaakt door niet goed werkende aderen. Dit wordt gedaan doormiddel van geluidsgolven (hoorbaar maken) en echografie (zichtbaar maken).

Lymfoedeem diagnose

Welke Lymfoedeem behandelingen zijn er?

1. De initiële behandelfase

Deze fase is gericht op het reduceren van de vochtophoping. Een (oedeem)fysiotherapeut of huidtherapeut kan manuele lymfedrainage toepassen. Dit is een speciale ‘massagetechniek’. De lymfevaten worden gestimuleerd het lymfevocht af te voeren naar de lymfeklieren. Om de behaalde resultaten bij uw oedeemtherapeut te behouden is het effectief om naast de lymfedrainage ook gebruik te maken van compressietherapie. Dit is een overkoepelende naam voor verschillende hulpmiddelen, welke allemaal externe druk uitoefenen op de weefsels, met als gevolg een toenemende spanning in de weefsels en zo ook een toenemende vocht uittreding vanuit de weefsels naar de lymfevaten. Naast deze toenemende vocht uitreding zorgt de externe druk er ook voor dat de oppervlakkige lymfevaten dichter bij de diepere lymfevaten komen te liggen. Dit heeft een positief effect op de samenwerking binnen het lymfevatenstelsel.

 

Welke compressiehulpmiddelen zijn er?

  • Zwachtels:
    Een drukverband. Je gebruikt dit verband meestal als eerste hulpmiddel tot het oedeem niet meer verder kan verminderen. Je hebt hierin twee soorten, namelijk: lange rek zwachtels (voor mensen die niet ambulant zijn) en korte rek zwachtels (voor mensen die wel ambulant zijn).
  • Therapeutisch elastische kousen (TEK):
    Een drukkous. Er wordt over gegaan op therapeutische elastische kousen als er met de zwachtels geen vermindering meer op treedt. Deze kunt u iedere dag dragen. Ook hierin zijn er grofweg gezegd twee soorten, namelijk: de vlakbrei kousen (op maat te maken, geschikt voor veel indicaties), en de rondbrei kousen (niet op maat te maken, geschikt voor maar weinig indicaties.
  • Niet-elastisch verband:
    Een verband op basis van klittenband. Dit verband pas je toe bij hardnekkige vormen van oedeem. Maar ook bij oedeem dat sterk in vorm veranderd. Hiervoor zijn zwachtels geen optie.
  • Intermitterende Pneumatische Compressie Therapie:
    In de volksmond ook wel IPC-therapie genoemd of bekent onder de merknaam Lymfepress. Dit is een therapie waarbij externe druk op het weefsel drukt. Dit gebeurd door middel van lucht gevulde meer-kamer manchetten. Deze manchetten vullen zich met lucht en blazen deze lucht vervolgens weer uit. Op deze manier voeren de lymfevaten het lymfevocht succesvol af naar de lymfeklieren. Bent u nieuwsgierig naar deze therapie? Lees hier meer!
  • Lymfetaping:
    Een elastisch tape. De oedeemtherapeut tapet het lymfetape in een speciaal patroon. Namelijk van een plek waar de lymfevaten het lymfevocht niet goed afvoeren. Naar een plek waar de lymfevaten het lymfevocht wél goed afvoeren. Het tape brengt de huid op lichte spanning. Als u vervolgens met dit getapte beweegt, zorgt de oppervlakkige spanning automatisch voor een stimulatie van de lymfeafvoer.
  • Oefentherapie:
    Deze therapie omvat het zelf uitoefenen van ademhalings- en bewegingsoefeningen. Dit heeft namelijk een positief effect op ons lymfevatenstelsel en zo ook de afvoer van lymfevocht. Wanneer je beweegt, spannen de spieren zich aan. Deze spieren liggen rondom het lymfevaten stelsel, waardoor spier aanspanning automatisch een externe druk op de lymfevaten geeft. De afvoer van lymfevocht kan door middel van beweging zelfs vijf tot vijftien keer vergroten! Ook je ademhaling zorgt voor een stimulatie van de lymfeafvoer. Wanneer je rustig in en uitademt zorgt dit namelijk voor een soort druk-zuigpompmechanisme.

Om bovenstaande therapieën zo goed effectief mogelijk te laten slagen is er ook een stuk verantwoording vanuit de patiënt zelf nodig. Lymfoedeem is een aandoening die helaas nooit geheel zal weg gaan. Je zal jezelf moeten aanleren hoe het beste met de klachten om te gaan en hoe je zelf het hoogst haalbare uit de ingezette therapieën kunt halen. Zo is het nastreven van een goeie hygiëne een belangrijk zelfmanagement. Evenals het regelmatig checken van de huid op eventuele wondjes. Beide factoren kunnen de behaalde resultaten namelijk doen verminderen. Verder is het zelf zwachtelen, zelf masseren en het met discipline uitvoeren van alle opgelegde ademhalings- en bewegingsoefeningen een belangrijk punt.

2. De onderhoudsfase

Deze fase is gericht op het behouden van het behaalde resultaat. De behandelingen zijn ongeveer vergelijkbaar met de onstuwingsfase, alleen verminderd de behandelfrequentie van de therapieën. Zwachtels worden in deze fase niet meer gebruikt. Je stopt namelijk met zwachtels als het lymfevocht niet meer verminderd. Wel staan het dragen van therapeutisch elastische kousen en/of het gebruik maken van een compressiepomp centraal in deze fase. Deze therapieën zorgen er namelijk voor dat de verkregen resultaten uit de initiële behandelfase zoveel mogelijk behouden blijven. Daarnaast zorgt de compressiepomp (IPC therapie) er ook voor dat uw de manuele lymfedrainage zelf thuis kunt doorzetten, waardoor u de therapie veel vaker kunt toepassen!

Meer weten? Neem contact met ons op!

Contact